Paasmorgen

door classispredikant Klaas van der Kamp

Wie op paasmorgen bij het theater-hotel in Almelo stond, kon de klokken om het hardst horen beieren. Vanuit het centrum was er de zware bas van de torens in de Grote Kerk. Vanuit het park klonk de lichtere klank van De Bleek, de open oecumenische gemeente. Ik koos voor de laatste en glipte kort voor tienen de kerk binnen. 

Met een beetje moeite kon ik een stoel bemachtigen vlakbij de deur. De liedboeken waren uitgeleend. Een liturgie waarin alle vieringen van de stille week waren afgedrukt, was er nog wel. Voorop stonden in kleur de apostelen Petrus en Johannes die zich in allerijl en met onthutste blik naar het graf spoedden, geschilderd door Eugene Burnand (1898). De Bleek had de weg van de 40 dagen gelopen met Petrus, zo legde de liturgie uit. Ik belandde met de paasmorgenviering in de slotviering van de cyclus. Ik zat naast een echtpaar op leeftijd, waarvan de man ruimhartig voor zijn vrouw langs mij de liederen aanreikte, zodat we als lijsters konden meezingen in de naar hartenlust musicerende gemeente. 

Met een brandend kaarsje uit de paaswake werd de nieuwe paaskaars ontstoken. ‘2019’ prijkte er op de kaars in de kwadranten die het kruis vormde. Een solo van de voorgangster Monica Schwarz zette in: ‘Licht dat terug komt. Hoop die niet sterven wil. Vrede die bij ons blijft’. De vrouwen vielen haar bij. Daarna de hele gemeente, inclusief de bassen die me herinnerden aan het gebeier uit de binnenstad. 

‘Tekens van hoop’ stond er in de liturgie op de plaats waar je soms een kyrie hebt. Dit keer was het anders. Het was paasmorgen. De voorgangster liet op de beamer tekenen van hoop zien, die ze uit de krant had gehaald. ‘We lezen uit de bijbel en we lezen uit de krant’, zo werd uitgelegd, en: ‘we bidden met de ogen open’. Verschillende beelden kwamen voorbij: Van een boekhandel die de deuren kon heropenen, nadat de bezoekers bijdragen hadden geleverd onder meer via crowdfunding; van het zwarte gat, wat sterrenkundigen hadden kunnen fotograferen door samen te werken; van een column ‘hoopvol verzet’ van Asha ten Broeke; en van een joodse rabbijn die een briefwisseling onderhield met een islamitische scholiere. Het gaf een gevoel van opluchting. Het was niet allemaal kommer en kwel; hoewel de radio ’s ochtends vroeg duidelijk maakte dat er opnieuw een aanslag was geweest ergens in de wereld; in Sri Lanka. 

Na de tekens van hoop, was er het moment voor de kinderen. De kinderen mochten knuffels meenemen. De voorgangster nodigde de kinderen naar voren, en legde zelf als eerste een knuffel op een plank voor de preekstoel. Ze had een uil meegenomen. Een vijftiental knuffels volgde van meisjes en enkele jongens. De voorgangster vertelde er een verhaal bij. Over twee meisjes die ruzie hadden gemaakt en één van de meisjes die de ruzie wilde bijleggen, maar dat niet rechtstreeks durfde te vragen. Ze schreef een brief gooide die door de bus: ‘Leg een knuffel voor het raam als ik morgen gewoon mag aanbellen en met je naar school mag gaan’. De vriendin aarzelde geen moment, schoof bloempotten terzijde en legde een leger aan knuffels in de vensterbank.  

Na het kindergedeelte begon de aanloop naar de verkondiging. Er werd muziek gedraaid van Stef Bos, het lied van Petrus, de robuustheid van de man zijn geloof en passie spatte uit de speakers: ‘Want beter een oorlog / dan gewapende vrede / Beter op zoek gaan / dan altijd gewacht / Beter gevallen / dan nooit gesprongen / en beter de liefde verloren / dan nooit liefgehad’. 

De schriftlezing op paasmorgen ging over de verschijning van Jezus aan het meer van Galilea (Joh. 21: 12-19). Er waren drie lezers; een had de rol van verteller, een sprak de directe rede van Petrus, een derde nam de directe rede van Jezus voor haar rekening. Jezus spreekt tot driemaal toe Petrus aan. ‘Simon, zoon van Johannes, heb je me lief, meer dan de anderen hier?’ en Petrus antwoordde: ‘Ja Heer, u weet dat ik van u houd’. Eigenlijk is het iets te intensief vertaald, legde voorgangster later uit. ‘Heer, u weet dat ik uw vriend ben’, antwoordde Petrus. Jezus herhaalde de vraag drie keer, en daarmee is het een spiegelverhaal van de verloochening die Petrus eerder uitsprak. Het bijzondere is verder dat Jezus de derde keer meegaat in de woordkeus van Petrus. ‘Simon, zoon van Johannes, ben je mijn vriend’. Daarmee maakte Jezus hem duidelijk, dat hij hem aanvaardde, zoals hij is. De tekst bouwde de acceptatie nog uit: het gaat van ‘het weiden van de lammeren’ naar ‘het hoeden van de schapen’ tot ‘het weiden van de schapen’.  Het eerste was een karweitje voor de herdersjongen. Het tweede een klus voor de dienstknecht. En het derde was een taak voor de herder zelf, die de nieuwe weiden mocht zoeken.  

De dienst werd opgeluisterd door enkele bekende paasliederen. Het orgel kreeg deze paasmorgen bij de vertrouwde noten van onder meer het U zij de glorie support van een trompet en een trombone. 

De dienst werd uitgezonden via de radio en dus was het tijdsframe bindend. Het impliceerde dat de collecte na de zegen werd gehouden. Ook de mededelingen volgden in de toegift. Over het opstarten van het onderlinge gesprek, over de mogelijkheid een lichtje mee te nemen voor jongeren die eindexamen moesten doen. Daaraan voorafgaand waren de gebeden, de wegzending en een aansprekende zegentekst van Dietrich Bonhoeffer: 
‘Moge God jullie hart sterken, elke morgen, bij het opstaan, 
moge God geen treurigheid in jullie op laten komen, 
moge God aan elk van jullie dagelijks taken laten zien
die de moeite waard zijn. 
God behoede jullie en ons allemaal’. 

De radio-uitzending op paasmorgen sloot af met lied 930: Jij geeft me vleugels en handen vol licht / Jij leert mij leven zonder gewicht / lopen op water en spelen met vuur, / jij maakt mij open, ik weet dag noch uur’. De melodie van Fokke de Vries leende zich voor een canon. En dat deed de gemeente. Met elan. Het voelde als ‘jammer’, toen de laatste tonen klonken.